ArtikelHet doel van God - 3: Samuel Wells

Alle aandacht op Gods onverbrekelijke doel. Interview met Samuel Wells door Arie de Fijter De Nieuwe Koers - 10 juli 2025 – verschenen editie 2025nr06

Arie de Fijter
11 januari 2026
Vroege Kerk, incarnatie, mens worden, relationeel evangelie, zonde, theologie

Het christelijk geloof is gefixeerd op menselijke problemen – sterfelijkheid, schuld – en hoe Jezus die komt oplossen. We moeten het verhaal anders vertellen, zegt Samuel Wells. Begin niet bij onze nood, maar bij Gods beslissing om met ons te zijn. "In de menswording van Christus kijken we God in het hart."

Het is ambitieus wat de Britse theoloog Samuel Wells beoogt in zijn nieuwste boek Constructing an Incarnational Theology. Je zou het een hervertelling van het grote verhaal van het christendom kunnen noemen. Wells zegt: in de theologie domineert de focus op onze zonden en tekortkomingen. Maar daarmee doen we Gods ultieme doel tekort. Onze theologie begint ’te laat’, zegt hij – niet bij Gods eeuwige beslissing om met ons te zijn, maar bij de zondeval, bij onze problemen die opgelost moeten worden. Het resultaat? Een instrumentele God die als een soort kosmische loodgieter onze kapotte leidingen repareert. Wells begint bij wat God wil. Voor hem is God geen fixer van menselijke gebreken, maar overstromende overvloed die van nature relationeel is. God had ‘voor de grondlegging van de wereld’ al besloten om met ons te zijn – niet als reactie op onze zonden, maar vanuit zijn eigen verlangen, leest hij bijvoorbeeld in Efeziërs 1:4, of in 1 Petrus 1:20 of in Johannes 17:24.

In zijn nieuwste boek brengt Wells inmiddels bekende denklijnen bij elkaar: dat het moet gaan om being with – zijn met God, met elkaar en met de schepping. Dat het bij God gaat om overvloed, terwijl wij zo geneigd zijn te letten op schaarste. Dat Jezus negentig procent van zijn tijd op aarde ‘gewoon’ met de mensen was. Dat is wezenlijk, juist ook om die ene diepe week van de kruisiging van Christus te begrijpen. Na boeken over missionair werk, pastoraat en ethiek verbindt Wells deze lijnen nu met de theologie als geheel.

Drive
Tijdens de coronapandemie schreef hij al Humbler faith, bigger God, waarin hij de belangrijkste vragen over en argumenten tegen het christelijk geloof besprak. Dit nieuwe boek is anders. Ook al hoor je hier net zo goed zijn diepe drive om het hart van het christelijk geloof zo te vertellen dat het raakt aan de kern. En dat maakt het een spannende en uitdagende leeservaring – een reis door de Bijbel, sleuteldenkers uit de theologiegeschiedenis komen voorbij. En ook al is het uitgegeven door de Universiteit van Cambridge, Wells schrijft niet in academische distantie, maar slaat een betrokken toon aan. Hij zegt zelfs dat het schrijven van een van de belangrijkste hoofdstukken, over de kruisiging, dood en opstanding van Jezus, voor hem een geestelijke ervaring was. Je zou kunnen zeggen: dit boek vertelt wat hem aan het hart gaat.
En dat is, zegt hij, om de diepe doelgerichtheid van God naar boven te halen; om onder het stof vandaan te halen wat er altijd al was maar toch op de een of andere manier naar de achtergrond schuift: dat het Gods onverbrekelijke doel is om met ons te zijn. Om dit echt voor het voetlicht te krijgen moet volgens Wells in de theologie de menswording van God centraal staan. Deze menswording wordt in de theologie de incarnatie genoemd: de ‘vleeswording’ van Christus. Een belangrijke bijbeltekst die dat tot uitdrukking brengt, staat in Johannes 1:14: ‘Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond’.

Een aantal jaren geleden sprak ik Wells in Londen, in de kerk waar hij werkt: St Martin-in-the-Fields. Nu spreek ik hem online. Wells was ook recent op een aantal plekken in Nederland te gast om lezingen te geven: Leiden, Amsterdam en Utrecht. Zijn theologie lijkt echt te resoneren in Nederland.

Boek

Uw boek gaat over Gods menswording in Christus. Waar gaat het volgens u om in die menswording? Dat God ten diepste relationeel is?
“Waar het mij om gaat, is te zien dat Gods leven zó gevormd is dat Hij er niet anders kan zijn dan met ons, in Christus. De menswording is daarom een leerstelling die voorafgaat aan de leer van de schepping. Dat bedoel ik met incarnational: het hele bestaan is erop gericht dat God met ons kan zijn. Dus het is relationeel, maar het gaat vooral om Gods beslissing om relationeel te zijn. Een beslissing die God nam voor de grondlegging van de wereld. Nu kun je je niet zomaar iets voorstellen bij wat tijd is voordat de wereld werd gemaakt. Maar wat ik wil zeggen, is dat Gods wezen niet fundamenteel verandert door de tijd. We kunnen ons dus geen God voorstellen die niet van plan was om mens te worden. Ook al was God volkomen relationeel en volledig volkomen in zichzelf – in de relatie van Vader, Zoon en Geest – toch had Hij al vanaf het allereerste begin besloten om in relatie te zijn, en dus om een schepping te maken waarin Hij dat kon zijn.”
Wat God ons geeft in Christus is niet als een ladder die we hebben beklommen en daarna niet meer nodig hebben

Problemen fixen
Wells wil “de mensgerichte focus in theologie en prediking” ter discussie stellen. Het gaat te veel over de problemen van de mens: sterfelijkheid en schuld. En dat Jezus is gekomen om die problemen op te lossen.
Hij vertelt over een avonddienst waarin hij voorging, waarbij maar een klein groepje gemeenteleden aanwezig was. “Ik vroeg aan hen: waarom komt u naar de kerk? Een van de aanwezigen, een oudere vrouw, zei: vanwege mijn zonden. De mensen die erbij waren, beschouwden dit als een heel nederige uitspraak. Vooral ook omdat ze haar kenden als iemand met weinig tekortkomingen. Maar voor mij raakt die uitspraak juist aan het probleem dat ik probeer aan te wijzen. Niet dat ik in die woorden een vorm van onechte nederigheid hoor, maar omdat ik er een verarmde visie in hoor doorklinken over waar het in het christelijk geloof om draait. Dat is niet haar fout, maar het is haar wel aangereikt. God is een instrument geworden om twee voor ons wezenlijke problemen op te lossen. Om te beginnen de dingen uit ons verleden die we niet kunnen oplossen. En vervolgens ook onze sterfelijkheid, die vóór ons ligt, en voor ons allemaal geldt. We kijken naar God alsof Hij een fixer is van die problemen. Maar dat is God is niet; en Hij geeft in Christus ons evenmin een ladder die we hebben beklommen en daarna niet meer nodig hebben. Dat is instrumenteel denken over God, over Jezus.”

Overstromende overvloed
Wells wil een ander pad bewandelen. Hoe ziet dat er dan uit? Hoe ontvouwt hij het grote verhaal van God met ons? En hoe spreekt daarin de Bijbel, en is hij in gesprek met de traditie? Wells benadrukt: we moeten ermee beginnen dat God in zichzelf een volkomen relatie is die het karakter heeft van overstromende overvloed. God is in zichzelf volkomen, maar omdat Hij ‘overstroomt van relatie en verbondenheid’ schept Hij de wereld om daarin met ons te zijn. Daarvoor gaat God allereerst een verbond aan met Israël. Maar dit verbond is gericht op alle mensen. Uit Israël komt Jezus, om met ons Gods overvloed te delen. Maar Hij komt niet als een huurling om ‘een taak te volbrengen’. Hij komt om met ons te zijn en te blijven. Ook door de heilige Geest is Hij present in ons leven en in de wereld. Dat is Hij telkens weer op ontelbare manieren, vaak niet herkend door ons. In dit alles is het doel van Jezus om ons leven in al onze fundamentele relaties tot bloei te brengen. Zo leest Wells het verhaal van de Bijbel. En hij vindt het ook wezenlijk om vanuit deze alomvattende lijnen te theologiseren.

Versmalling

Toch komt de vraag op: als dit Gods rijke en overvloedige verhaal is, vanwaar dan de verarming of versmalling van Gods grote verhaal die u ziet optreden in theologie en kerk?
“Weet je, dit gaat terug naar Justinus Martyr en Irenaeus en Tertullianus. Dit gaat helemaal terug naar het begin. In mijn boek probeer ik, om te beginnen in gesprek met oosters-orthodoxe theologen, de aanzetten die toen zijn gegeven op te laten lichten.
Bij oosterse theologen zie ik aanzetten voor een wijder en breder verhaal, maar ook dat ze hun lijn niet hebben doorgetrokken. Zoals je dat zegt in het Engels: they didn’t have the courage of their convictions. Ze hebben hun denken niet volledig doorgezet.”

Voor Wells is het beeld van Andrew Louth die spreekt over twee bogen behulpzaam. Louth schetst de westerse theologie als een boog die begint bij de val en eindigt bij het kruis, terwijl de oosterse theologie begint bij de schepping en eindigt in het einde der tijden. Wells zelf wil de boog nog wat wijder en verder laten strekken: van de triniteit naar de eeuwigheid. Wells gaat in het uitwerken van zijn visie niet alleen in gesprek met oosterse theologen, maar ook met de middeleeuwse theologie van Duns Scotus. Om vervolgens veel aandacht te hebben voor Karl Barth. Aan Barth voelt hij zich zeker enorm schatplichtig omdat hij inzet bij de menswording van God in Christus. Maar ook bij Barth ziet hij aanzetten die niet worden doorgezet:

“In het hoofdstuk in mijn boek over Barth wijs ik op passages bij hem waar je ziet dat hij ook spreekt vanuit wat ik noem ‘being with’, maar dan verandert zijn theologie toch weer naar: wat God doet voor ons. En dan denk ik: o nee, hij laat zijn eigen denktrant los. Zoals een voetballer de bal voor open doel in kan schieten maar toch mist. Op een bepaalde manier is het denken vanuit God-die-met-ons-wil-zijn aanwezig in de traditie. Het ís er: méér in de oosterse orthodoxie dan in de westerse kerk, maar het is er.”

Uit zicht geraakt

Hoe is het dan gaandeweg uit het zicht geraakt? Wat speelde daarbij een rol?
“Ik denk dat er iets veranderde in de verlichting. De hele wending naar het menselijk perspectief in de verlichting is daarin belangrijk. Want daardoor wordt theologie een hulpmiddel om mijn beperkingen en tekortkomingen te verhelpen. Niet dat de verlichting een verschrikkelijk iets is. Maar de manier waarop het christendom vanuit de verlichting is hervormd tot bijna een mensgericht consumptieartikel is wel belangrijk geweest. Dat God onderdeel wordt van ons verhaal als een middel om het probleem van de mensheid op te lossen, daarop richt zich de kern van mijn kritiek.”

Middel en Doel

U benadrukt hoe belangrijk het is om te zien dat voor God middel en doel hetzelfde zijn. Wat bedoelt u daarmee?
“Het belang van het samenvallen van middel en doel kwam voor mij onder ander naar voren toen we in St Martin-in-the-Fields bezig waren met het voorbereiden van de Being With Course. In die cursus komen deelnemers bij elkaar die het christelijk geloof willen ontdekken. Tijdens de voorbereiding werd me gevraagd: wat zijn de grondbeginselen van de cursus? En het eerste principe was: het universum is geschapen opdat God met ons kon zijn in Christus.
Dat is de centrale dogmatische uitspraak. Dat was het moment waarop ik dacht: ik wil dit boek niet alleen schrijven, ik moet dit boek schrijven, als ik de betekenis wil verwoorden van waar ik de afgelopen jaren op ben uitgekomen.
Maar met die centrale dogmatische uitspraak hangt samen dat God niet alleen dit grote doel hééft, maar dat het míddel daarnaartoe hetzelfde is als het doel. God wil met ons zijn: dat is relatie. Maar de manier waarop God dat doel wil bereiken is ook relationeel. En dit heeft alles te maken met hoe we de cursus probeerden op te zetten: dat de wég naar geloof hetzelfde is als het geloof zélf.
“In onze Being With-cursus beginnen we altijd met de vraag: ‘Wat was het hart van jouw week?’ Iedereen deelt dan wat, ongeveer een minuut of tien – dat is het enige verplichte onderdeel. Daarna volgt wat we ‘verwonderen’ noemen: we nodigen mensen uit om iets te vertellen, bijvoorbeeld over hun verleden of iets wat je hebt meegemaakt. Daarna is er een praatje en gaan we met elkaar in gesprek.
Het mooie is dat als mensen na een paar bijeenkomsten vragen: ‘Die kerk waar je het over hebt, hoe ziet die er eigenlijk uit?’, we kunnen antwoorden: ‘Precies zoals hier.’
Dus je begint met het verwonderen, je begint met het principe dat de Geest al in je leven werkt sinds het begin. Dus de eerste vijftig minuten van de negentig minuten durende cursusbijeenkomst luister je naar de diepste overtuigingen en gebeurtenissen uit iemands leven. En dan een stuk uitleg, over het geloof, dat weliswaar is voorbereid, maar waarin de leider van de avond dingen opneemt die mensen in de eerdere sessies hebben gezegd. Dat is voor mij incarnationeel. Dus op allerlei subtiele manieren leeft de cursus voor hoe Gods relatie met ons eruitziet.”
De dood, zegt Wells, kon de dynamiek van de heilige Geest niet weerstaan

Wat als we niet willen?
Wells brengt alle lijnen van zijn boek samen tot de wezenlijke vraag: als God werkelijk met ons wil zijn – als dat zijn onverbrekelijke doel is – wat gebeurt er dan als dat doel stuit op verzet en weigering bij mensen? Kan Gods onverbrekelijke doel door de mens gedwarsboomd worden? Dat is niet de kernvraag, zegt Wells, maar het volkomen met-ons-zijn van Jezus stuit onontkoombaar op een diep, wijdverbreid en krachtig verzet tegen Gods omarming. Daarom is het wel wezenlijk om met een antwoord te komen. Hoe gaat God om met deze vijandschap? Hoe breekt God door alle weerstand heen?

Wells ziet het zo dat Jezus, uiteindelijk, op zijn weg van lijden en kruisiging voor de vraag komt: wil Ik als de Zoon met de Vader zijn, of wil Ik met de mensen zijn, ook als zij Mij afwijzen, kruisigen? Dan kiest Jezus ervoor om met ons te zijn en te blijven, zelfs tot in de dood. Aan het kruis komt Jezus zo oog in oog met het wezen van wat zonde is: dat mensen bewust kiezen om zonder God te zijn. Als Jezus uitroept: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?’ ervaart Hij de diepe eenzaamheid om zonder de Vader te zijn. Jezus ervaart als de Zoon het niet-God-zijn, terwijl dat tot het wezen van de Zoon hoort. En ook dan blijft Jezus bij ons, tot in de dood. Maar dit is niet het eind van het verhaal, zegt Wells. De heilige Geest vindt een manier om bij de Vader en de Zoon te blijven. De Geest vindt een andere manier om door de dood heen bij de Zoon te blijven en brengt het leven: ‘de dood kon uiteindelijk de dynamiek van de heilige Geest niet weerstaan’. Ook hier, zegt Wells, in het hart van het christelijk geloof, gaat het om relaties: van Vader, Zoon en Geest; en van God met ons, door alles heen, onverbrekelijk.

Winst

Wat is volgens u de grootste winst als we ons in kerk en geloof richten op Gods onverbrekelijke doel om met ons te zijn?
“Dan wordt het geloof geen trap om op te klimmen waarna we die we vervolgens niet meer nodig hebben, maar wordt geloof iets waarin middelen en doelen samenvallen. Zoals in dat gebed:
‘If I love Thee for hope of heaven, then deny me heaven. If I love Thee for fear of hell, then give me hell. But if I love Thee for Thyself alone, then give me Thyself alone.’

Het geheim van het leven is daar waar middel en doel gaan samenvallen. Het gaat in het leven om relatie. Dat vraagt daarom om heel veel momenten van met-Gód-zijn, van sámen-met-God-zijn, en van met-de-schepping-zijn. Als we ons daarop richten, dan leven we Gods grote toekomst nu al. En weten we waar we naartoe leven. Hoe meer we hiervan doordrongen raken, hoe meer ons leven zich vult met waarheid.”

Samuel Wells
Constructing an Incarnational Theology. A Christocentric View of God’s Purpose
Cambridge University Press € 88,99

Contactgegevens

Raadhuishof 3
2902 HZ Capelle aan den IJssel

mail naar info@in-netwerk.nl

©️2024 IN Verwondering • Privacyverklaring